farmaco-trainer.nl

Antidepressiva oefenen

67 oefenvragen: 26 flashcards, 23 meerkeuzevragen en 18 open vragen — met uitleg en modelantwoorden.

Start gratis met oefenen →

Geneesmiddelen in deze groep

amitriptylinenortriptylinefluoxetineparoxetinecitalopramlithium

Voorbeeldvragen met antwoord

Werkingsmechanisme TCA's?

Remmen de heropname van serotonine en/of noradrenaline (amitriptyline: beide; nortriptyline: vooral noradrenaline, in mindere mate serotonine).

Werkingsmechanisme SSRI's?

Selectieve remming van de serotonineheropname in het presynaptisch neuron.

Wanneer treedt het antidepressief effect op ten opzichte van de bijwerkingen?

Het antidepressief effect treedt pas na 2-4 weken op, terwijl bijwerkingen al na enkele uren kunnen optreden.

Vier categorieën TCA-bijwerkingen en hun oorzaak?

Anticholinerg (droge mond, obstipatie, urineretentie, verwardheid), antihistaminerg (sedatie), antinoradrenerg (orthostatische hypotensie), kinidineachtig (cardiale geleidingsstoornissen).

Waarom heeft nortriptyline de voorkeur bij ouderen?

Minder anticholinerge bijwerkingen dan amitriptyline.

Belangrijke SSRI-bijwerking die na circa 1 week optreedt?

SIADH met als gevolg hyponatriëmie.

Wat is het serotoninesyndroom en welke combinatie verhoogt het risico?

Agitatie, koorts en hyperreflexie; het risico is verhoogd bij combinatie van een SSRI met tramadol (of andere serotonerge middelen).

Therapeutische breedte van lithium?

Smal (0,4-1,2 mmol/l); bloedspiegel moet regelmatig gecontroleerd worden.

Leg uit hoe het bijwerkingenprofiel van TCA's rechtstreeks volgt uit hun farmacodynamiek.

TCA's blokkeren naast heropnametransporters ook meerdere receptoren: muscarinereceptoren (anticholinerg: droge mond, obstipatie, urineretentie, verwardheid), histamine-1-receptoren (sedatie), alfa-1-receptoren (orthostatische hypotensie) en hebben een kinidineachtig effect op de cardiale geleiding (aritmierisico, vooral bij overdosering). Dit brede receptorprofiel verklaart waarom TCA's meer en potentieel gevaarlijkere bijwerkingen hebben dan de selectievere SSRI's.

Waarom is voorzichtigheid geboden bij het combineren van een SSRI met tramadol?

Beide middelen verhogen de serotonerge activiteit in de synaps (SSRI door heropnameremming, tramadol door zowel zwakke opioïdwerking als remming van serotonine/noradrenaline-heropname). De combinatie verhoogt het risico op het serotoninesyndroom, een potentieel levensbedreigende toestand met agitatie, hyperthermie en hyperreflexie.

Een oudere patiënt met therapieresistente depressie start lithium als adjuvans. Welke controles stel je in en waarom?

Regelmatige lithiumspiegel (smalle therapeutische breedte 0,4-1,2 mmol/l), schildklierfunctie (TSH, i.v.m. risico op hypothyreoïdie bij 10-20%) en nierfunctie (serumcreatinine, i.v.m. mogelijke nefrotoxiciteit en diabetes insipidus bij langdurig gebruik), minstens 2-4 keer per jaar. Daarnaast de patiënt instrueren over voldoende vocht-/zoutinname en alertheid bij dehydratie (bv. koorts, diarree, hitte), omdat dit de lithiumspiegel snel kan doen stijgen.

Leg uit hoe de bijwerkingen van TCA's uit hun farmacologische aangrijpingspunten te verklaren zijn.

TCA's remmen de heropname van serotonine en noradrenaline (gewenst effect), maar blokkeren daarnaast diverse receptoren. Anticholinerge (antimuscarine) blokkade geeft droge mond, obstipatie, mictie- en visusstoornissen en bij ouderen verwardheid/delier. Antihistaminerge (H1-)blokkade geeft sedatie en sufheid (daarom 's avonds doseren). Antinoradrenerge (α1-)blokkade geeft orthostatische hypotensie, duizeligheid en valneiging, versterkt door diuretica/antihypertensiva en dehydratie. De kinidineachtige werking geeft geleidingsstoornissen en ritmestoornissen, waardoor TCA's gecontra-indiceerd zijn na een recent myocardinfarct en gevaarlijk bij overdosering.

Dit is een greep uit de vragen. In de oefenapp oefen je de volledige set als flashcards, meerkeuze, open vragen of in toetsmodus — gratis, met voortgang en dagelijkse streak.