farmaco-trainer.nl

Goed geneesmiddelgebruik oefenen

53 oefenvragen: 20 flashcards, 18 meerkeuzevragen en 15 open vragen — met uitleg en modelantwoorden.

Start gratis met oefenen →

Voorbeeldvragen met antwoord

WHO 6-stappenplan (kort)?

1) Probleemstelling, 2) Behandeldoel, 3) Behandelopties, 4) Check geschiktheid voor de patiënt, 5) Recept + voorlichting, 6) Follow-up.

Wat is generieke substitutie?

Het vervangen van een geneesmiddel door een ander met dezelfde werkzame stof, sterkte en farmaceutische vorm (bio-equivalent).

Bio-equivalentiecriterium (algemeen / smalle therapeutische breedte)?

AUC/Cmax 90%-betrouwbaarheidsinterval binnen 80-125% (algemeen), resp. 90-111% (smalle therapeutische breedte).

Wat is het preferentiebeleid?

De zorgverzekeraar bepaalt welke generieke variant vergoed wordt, om prijsconcurrentie tussen fabrikanten te stimuleren.

Wat zijn 'me-too's'?

Geneesmiddelen die sterk lijken op bestaande middelen, zelden een echte vooruitgang betekenen, met kans op onbekende idiosyncratische bijwerkingen.

Wat is een 'new chemical entity' (NCE)?

Een geneesmiddel met een geheel nieuwe werkzame stof; extra aandacht voor onverwachte bijwerkingen (melden bij LAREB).

Percentage therapieontrouw volgens de WHO?

Ongeveer 50%.

Onderscheid tussen intentionele en niet-intentionele therapieontrouw?

Niet-intentioneel: vergeetachtigheid, complexiteit, kosten, analfabetisme. Intentioneel: ervaart de behandeling als onnodig, zorgen over bijwerkingen/verslaving, wantrouwen, stigma.

Pas het WHO 6-stappenplan toe op een fictieve patiënt met een eerste episode ongecompliceerde cystitis.

1) Probleemstelling: werkdiagnose ongecompliceerde cystitis vaststellen (o.b.v. anamnese/urineonderzoek), ernst en oorzaak (meestal E. coli) evalueren. 2) Behandeldoel: curatief (infectie bestrijden) en symptomatisch (mictieklachten verminderen). 3) Behandelopties: niet-medicamenteus (veel drinken) en medicamenteus (bv. nitrofurantoïne, fosfomycine, trimethoprim) op basis van lokale richtlijn/resistentiecijfers. 4) Check geschiktheid: nierfunctie, zwangerschap, allergieën, comedicatie. 5) Recept + voorlichting: juiste dosering/duur, uitleg bijwerkingen, kuur afmaken. 6) Follow-up: controleren of klachten verdwijnen, bij aanhoudende klachten heroverwegen (kweek, andere verwekker).

Waarom is het niet vanzelfsprekend dat een nieuw, duurder geneesmiddel de voorkeur verdient boven een oudere, goedkopere optie?

Het voorschrijfbeleid 'goedkoop als het kan, duur als het moet' houdt in dat effectiviteit, veiligheid, kosten en doelmatigheid tegen elkaar afgewogen moeten worden. Nieuwe middelen ('me-toos' of NCE's) hebben vaak een minder bekend bijwerkingenprofiel (onbekende idiosyncratische reacties), terwijl oudere middelen een uitgebreide praktijkervaring hebben. Alleen als een nieuw middel aantoonbaar meerwaarde heeft (effectiviteit, veiligheid, gebruiksgemak) is de hogere prijs gerechtvaardigd.

Welke maatregelen kun je als arts nemen om therapietrouw te bevorderen bij een patiënt met polyfarmacie?

Doseerschema's vereenvoudigen (bv. eenmaal daags in plaats van meerdere innamemomenten, combinatiepreparaten), heldere mondelinge en schriftelijke instructie geven over werking/bijwerkingen/inname, laagdrempelig ingaan op zorgen en attitude van de patiënt (intentionele non-adherence), medicatiebeoordeling om onnodige middelen te stoppen (deprescribing), en gebruik van hulpmiddelen zoals een weekdoseersysteem.

Beschrijf het WHO-zesstappenplan voor rationeel voorschrijven.

Stap 1 (probleemstelling): stel de werkdiagnose vast in termen van ernst, oorzaak en gevolgen en evalueer bestaande therapieën. Stap 2 (behandeldoel): kies het doel — curatief, symptomatisch, preventief of palliatief. Stap 3 (behandelopties): kies uit niet-medicamenteuze en medicamenteuze opties op basis van evidence en standaarden en selecteer een middel. Stap 4 (geschiktheid patiënt): ga na of het middel past bij deze patiënt (comorbiditeit, leeftijd, geslacht, zwangerschap, comedicatie, allergie, therapietrouw, voorkeuren). Stap 5 (recept en informatie): schrijf het recept met juiste dosering, vorm en weg, informeer de patiënt over werking, bijwerkingen en inname, en bevorder de therapietrouw. Stap 6 (follow-up): maak een plan om werking, bijwerking en therapietrouw op een afgesproken moment te controleren.

Dit is een greep uit de vragen. In de oefenapp oefen je de volledige set als flashcards, meerkeuze, open vragen of in toetsmodus — gratis, met voortgang en dagelijkse streak.