farmaco-trainer.nl

Pijnmedicatie oefenen

78 oefenvragen: 30 flashcards, 26 meerkeuzevragen en 22 open vragen — met uitleg en modelantwoorden.

Start gratis met oefenen →

Geneesmiddelen in deze groep

paracetamoldiclofenacnaproxenibuprofenacetylsalicylzuurmorfinefentanyltramadoloxycodoncodeïnenaloxonomeprazolmacrogollactulose

Voorbeeldvragen met antwoord

Wat is het werkingsmechanisme van paracetamol?

Analgetisch en antipyretisch, géén anti-inflammatoire werking. Het exacte werkingsmechanisme is niet bekend.

wat is de belangrijkste bijwerking van paracetamol en bij welke dosering?

Leverbeschadiging, bij >150 mg/kg/dag. Ontstaat doordat de toxische metaboliet NAPQI de bindingscapaciteit van glutathion overschrijdt. Bij reeds bestaande leverbeschadiging kan het toxische effect al optreden vanaf 100mg/kg.

Antidotum bij paracetamolintoxicatie?

N-acetylcysteïne (NAC).

Werkingsmechanisme NSAID's?

Remming van cyclo-oxygenase (COX-1 en COX-2) → minder prostaglandinesynthese → analgetisch, antipyretisch en ontstekingsremmend.

Functie van COX-1 versus COX-2?

COX-1: weefselhomeostase (nierperfusie, gastroprotectie, trombocytenaggregatie). COX-2: inflammatie, renale autoregulatie, sluiting ductus Botalli, diverse CZS-functies.

Hoe voorkom je een NSAID-geïnduceerd ulcus bij risicopatiënten?

Preventief een protonpompremmer (bv. omeprazol) toevoegen, bijvoorbeeld bij leeftijd >70 jaar, ulcus in de voorgeschiedenis, of comedicatie met anticoagulantia/corticosteroïden/SSRI's.

Welke opioïdreceptor is vooral verantwoordelijk voor analgesie, ademdepressie en euforie?

De µ-receptor.

Wat is naloxon?

Een competitieve antagonist voor alle opioïdreceptoren; couperen van opioïd-bijwerkingen (m.n. ademdepressie).

Leg de farmacodynamiek van NSAID's uit en verklaar hoe deze zowel het gewenste effect als de belangrijkste bijwerkingen verklaart.

NSAID's remmen non-selectief COX-1 en COX-2, waardoor de prostaglandinesynthese daalt. Dit geeft het gewenste analgetische, antipyretische en ontstekingsremmende effect (vooral via COX-2-remming bij ontsteking). Remming van COX-1 vermindert echter ook fysiologische, beschermende functies van prostaglandines: gastroprotectie (→ ulcus/bloeding), renale autoregulatie bij verminderd circulerend volume (→ nierfalen) en trombocytenaggregatie (→ verlengde bloedingstijd). Werkingsmechanisme en bijwerkingenprofiel zijn dus direct aan elkaar gekoppeld.

Beschrijf de farmacokinetiek van fentanyl bij verschillende toedieningswegen en de klinische implicaties.

Fentanyl is sterk lipofiel, wat transdermale en oromucosale toediening mogelijk maakt. Nasaal: Tmax 12-20 minuten, T1/2 3-4 uur (snel, geschikt voor doorbraakpijn, maar hoger verslavingsrisico door snelle werking). Transdermaal: trage inwerktreding (effectief na 6-12 uur), afgifte gedurende 72 uur, schijnbare T1/2 ~17 uur — geschikt bij een stabiele opioïdbehoefte, ongeschikt voor acute pijn.

Een patiënt met COPD krijgt morfine voor pijnstilling. Welke twee bijwerkingen bewaak je specifiek en waarom?

Ademdepressie: COPD-patiënten hebben al een verminderde ventilatoire reserve; opioïden onderdrukken het ademcentrum. Let op: te ruime zuurstoftoediening kan de hypoxische vasoconstrictie opheffen, wat leidt tot meer shunting en CO2-stapeling (oxygen-induced hypercapnia); streef daarom naar een saturatie van 88-92%. Daarnaast obstipatie door verhoogde gladde-spiertonus en verminderde motiliteit — standaard een laxans meegeven.

Leg uit waarom paracetamolintoxicatie gevaarlijker is bij chronisch alcoholgebruik.

Chronisch alcoholgebruik induceert CYP2E1, wat leidt tot meer vorming van de toxische metaboliet NAPQI uit paracetamol. Daarnaast hebben deze patiënten vaak een verminderde glutathionvoorraad door een slechte voedingstoestand, waardoor NAPQI minder goed geconjugeerd kan worden. Beide effecten verhogen het risico op hepatotoxiciteit al bij lagere doseringen.

Dit is een greep uit de vragen. In de oefenapp oefen je de volledige set als flashcards, meerkeuze, open vragen of in toetsmodus — gratis, met voortgang en dagelijkse streak.