Wet- en regelgeving oefenen
53 oefenvragen: 20 flashcards, 18 meerkeuzevragen en 15 open vragen — met uitleg en modelantwoorden.
Start gratis met oefenen →Voorbeeldvragen met antwoord
Verplichte elementen op een recept?
Naam voorschrijver (+adres/telefoonnummer), datum, naam/geslacht/geboortedatum/adres patiënt, paraaf, en stofnaam/sterkte/hoeveelheid/gebruik van het geneesmiddel.
Wat moet vermeld worden bij een afwijkende nierfunctie?
Een MDRD/eGFR lager dan 50 moet op het recept vermeld worden aan de apotheker.
Opbouw van een recept (drie regels)?
Regel 1: R/ stofnaam + sterkte. Regel 2: toedieningsvorm + aantal (dtd/Da). Regel 3: S. (signa) — instructies voor gebruik op het etiket.
Waarom heeft voorschrijven op generieke (stof)naam de voorkeur?
Internationaal herkenbaar, de apotheker kan de goedkoopste variant leveren, en het is duidelijk welke werkzame stof het betreft.
Extra eisen bij opiumwetmiddelen (opiaten)?
Sterkte en aantal voluit in letters, volledige adresgegevens van arts en patiënt, handtekening, één preparaat per recept, onuitwisbare inkt.
Drie categorieën rijgevaarlijke medicatie?
Categorie 1 (licht, vergelijkbaar met <0,5‰), categorie 2 (matig, 0,5-0,8‰), categorie 3 (ernstig, >0,8‰; bv. benzodiazepines, opiaten, TCA's).
Wanneer is een bestuurder strafbaar volgens de wegenverkeerswet?
Als hij rijdt onder invloed van een middel waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten dat de rijvaardigheid erdoor vermindert.
Grenswaarde morfine in het bloed voor verkeersdeelname?
20 microgram/liter (alleen morfine); 10 microgram/liter bij gelijktijdig alcohol- of drugsgebruik.
Waarom is het vermelden van de reden van voorschrijven verplicht voor bepaalde geneesmiddelen (de wettelijk vastgestelde lijst)?
Deze middelen hebben meerdere indicaties met uiteenlopende doseringen, en/of een smalle therapeutische breedte, en/of risico op ernstige bijwerkingen. Door de reden van voorschrijven te vermelden kan de apotheker de dosering en het gebruik beter beoordelen en controleren op gepast gebruik, wat de patiëntveiligheid vergroot.
Leg uit waarom bij opiumwetmiddelen strengere receptvereisten gelden dan bij reguliere geneesmiddelen.
Opiaten en andere opiumwetmiddelen hebben een verslavend potentieel en misbruikrisico. De Opiumwet stelt daarom extra eisen (sterkte/aantal voluit in letters om fraude te bemoeilijken, volledige identificatie van arts en patiënt, één preparaat per recept, onuitwisbare inkt, volledige handtekening) om oneigenlijk gebruik, diversie en fraude tegen te gaan.
Een patiënt gebruikt oxazepam 40 mg/dag voor angst en wil weten of hij mag autorijden. Wat leg je uit?
Oxazepam valt in de categorie rijgevaarlijke medicatie. Bij een dosering boven de toegestane grens en zeker bij dagelijks gebruik boven de aangegeven grenzen is rijden niet toegestaan. Bij twijfel of bij hogere doseringen/dagelijks gebruik dient de patiënt (voorlopig) niet te rijden; de arts is verplicht de patiënt hierover te informeren en dit ook te documenteren.
Welke gegevens moet een recept volgens de Geneesmiddelenwet bevatten en welke aanvullende meldplicht geldt er?
Ieder recept moet bevatten: de naam (liefst met adres en telefoonnummer) van de voorschrijver, de datum van voorschrijven, de naam, het geslacht, de geboortedatum en het adres van de patiënt (bij kinderen ook lichaamsgewicht of lengte), en de gegevens van het geneesmiddel (naam, sterkte, hoeveelheid, gebruik), plus een paraaf (handtekening bij opiumwetmiddelen). Aanvullend geldt een meldplicht: artsen die een afwijkende nierfunctie kennen (MDRD/eGFR lager dan 50) moeten dit op het recept vermelden en aan de apotheker doorgeven. Voor 23 wettelijk vastgestelde middelen moet bovendien de reden van voorschrijven worden vermeld. Sinds 1 januari 2014 is elektronisch voorschrijven verplicht.
Dit is een greep uit de vragen. In de oefenapp oefen je de volledige set als flashcards, meerkeuze, open vragen of in toetsmodus — gratis, met voortgang en dagelijkse streak.